TrosKompas

Freek Vonk

Reuzengrottenkakkerlak

Er zijn meer dan vierduizend verschillende soorten kakkerlakken. De meeste daarvan leven in tropische gebieden. Sommige worden wel 10 centimeter groot, zoals de reuzengrotten kakkerlakken in Costa Rica.

Reuzengrottenkakkerlakken zijn omnivoren. Ze eten van alles, zoals vruchten, rottende planten, guano (vleermuizenpoep) en aas. Het zijn dus echte opruimers. Ze helpen mee in het recyclen van voedingsstoffen door organisch afval te eten en te verwerken tot iets bruikbaars - hun poep. Dat wordt door andere, kleinere detrivoren (afvaleters) verder afgebroken. Uiteindelijk komen de losse voedingsstoffen in de aarde terecht, waar plantenwortels ze kunnen opnemen. Het feit dat deze reuzenkakkerlakken graag guano lusten heeft ze hun naam opgeleverd. Als je ’s nachts in Costa Rica een vleermuizengrot in de jungle zou bezoeken, dan zou je een kakkerlakkenshow zien op de vloer! Wat de vleermuizen aan poep laten vallen, smikkelen duizenden reuzenkakkerlakken op. Het feestmaal eindigt nooit, want er is elke dag nieuwe aanvoer. De grote laag drek vormt ook een schuilplaats. Als reuzengrottenkakkerlakken bijvoorbeeld door een leger mieren worden aangevallen, graven ze zich bliksemsnel in. De nimfen, de jonge kakkerlakjes, zitten zelfs het grootste deel van hun leventje veilig in de stinkende laag.

 

Supersensors

Kakkerlakken kunnen heel snel rennen en reageren op prikkels, maar hoe doen ze dat? Het geheim zit in twee stekeltjes op hun achterlijf, de cerci. Met deze meet-instrumenten voelen kakkerlakken de kleinste verplaatsing van lucht, en ook de richting waaruit die komt. Op de cerci zitten veel haartjes in groepjes bij elkaar. Ieder van die groepjes haren kan maar één kant op bewegen; dat is een voordeel. Zie het gebiedje rondom een kakkerlak als een klok en stel dat een hongerige pad zijn tong uitsteekt op 7 uur. De tong duwt lucht vooruit en brengt een groepje haartjes op de cerci in beweging. Die geven direct een seintje aan de poten: rennen!

 

Foto: GettyImages