TrosKompas

chil.jpg

Children of men (2006)

De kinderen hebben de toekomst... Dus wat voor toekomst is er als er geen kinderen meer zijn? Dit simpele uitgangspunt levert met 'Children of men' een zwaar, maar erg sterk drama op.

Het jaar is 2027, en de mensheid heeft een groot probleem. Er is namelijk al negentien jaar geen kind meer geboren. Langzaam vervalt de wereld door het gebrek aan toekomst in chaos en geweld. Engeland is het enige land dat zich in deze veranderende wereld overeind heeft weten te houden. Wel tegen een hoge prijs: vluchtelingen worden in grote kampen gestopt, het leger schendt de burgerrechten en het land wordt regelmatig opgeschrikt door terroristische aanslagen.
Theodore (Clive Owen) was vroeger een activist, maar de laatste jaren heeft hij zich gelaten bij de situatie neergelegd en slaapwandelt door zijn leven. Dat verandert als hij zijn ex-vriendin Julian (Julianne Moore) weer tegenkomt. Zij staat nu aan het hoofd van een actiegroep die zich tegen het Britse beleid heeft gekeerd. Ze vraagt Theodore’s hulp om het meisje Kee (Claire-Hope Ashitey) naar 'The Human Project' te brengen; een experimentele club waarin de beste wetenschappers en politici aan een nieuwe samenleving werken. Kee is namelijk zwanger...

Al decennialang staat het woord ‘sciencefiction’ voor vliegende auto's, pratende koelkasten en honden die zichzelf uitlaten. Maar dat de toekomst er niet zo futuristisch uit hoeft te zien, bewijst 'Children of men' (gebaseerd op het gelijknamige boek van P.D. James). Ondanks dat het zich 21 jaar na nu afspeelt, is het eigenlijk meer een smoezelige versie van het heden. En ook met hedendaagse problemen. Geen 'mijn huisrobot weigert af te wassen', maar terrorisme, immigratie en klimaatverandering.

De wereld van 'Children of men' is nog wel een tikkeltje erger dan in 2006, maar het is wel een wereld die de omstandigheden van nu mogelijk maken. Intolerantie tegen vreemdelingen zorgt er in 2027 voor dat buitenlanders achter hekken in grote kampen worden weggestopt, waar uitbuiting en armoede heerst. Versta onder buitenlanders overigens ook Nederlanders, want iedereen die niet Brits is, wordt er zonder pardon in weggestopt. Op deze manier wil Engeland overleven in een wereld zonder hoop.

Maar voor de Britten zelf is het leven ook geen pretje. De steden zijn vervuild, regelmatig breken er rellen uit en worden er bomaanslagen gepleegd. Waarom? Omdat de wereld kwaad en boos is, omdat ‘iets’ hun toekomst heeft afgepakt (de reden van de wereldwijde onvruchtbaarheid wordt trouwens niet gegeven). Jongeren vormen anarchistische groepen waarmee ze ageren tegen de politiek, de politie, de poelier, ach, tegen iedereen eigenlijk. Simpelweg omdat er geen hoop meer is. Waarom kunst verzamelen, je straatje schoonhouden of mooie stukken schrijven als je weet dat er over pakweg 60 jaar niemand meer zal zijn die er van kan genieten? Zo gaat Theodore in een surrealistische scène langs bij zijn neef. In diens gang staat het wereldberoemde David-beeld van Michelangelo. Verscheept uit Italië, omdat dat land zo zelfdestructief is geworden dat het zijn eigen kunst ging vernielen.

Tussen alle doem en onheil zorgt de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón (bekend van filmhuishit 'Y tu mamá tambien' en niet te vergeten 'Harry Potter and the prisoner of Azkaban') godzijdank wel voor momenten die voor de broodnodige verluchting zorgen. Alle momenten met Michael Caine bijvoorbeeld. De geridderde acteur (we moeten hem tegenwoordig Sir Michael Caine noemen) zet hier een morsige maar supersympathieke hippie neer, die geniet van zijn zelfgekweekte wiet (strawberry cough) en nog steeds dubbel ligt als hij iemand zo ver krijgt om aan zijn vinger te trekken zodat hij een scheet kan laten. Klinkt flauw, maar in een zware film als ‘Children of men’ zijn dit heerlijke lachmomenten.

Cuarón heeft ‘Children of men’ gefilmd in grauwe kleuren, en het Londen van 2027 straalt in alles uit dat het op het punt staat ineen te storten. De regisseur gebruikt lange shots en weinig opsmuk, waardoor je haast het gevoel hebt dat je naar een documentaire zit te kijken. Hierdoor komen brute geweldsscènes onverwacht hard aan, simpelweg omdat je vergeten bent dat het ‘maar een film' is. Er zit een lange scène in (een vuurgevecht tussen soldaten en anarchisten waar de hoofdrolspelers tussenin zijn belandt) die haast net zo meedogenloos is als de openingsscène van 'Saving private Ryan'. Dit alles maakt 'Children of men' geen vrolijke film. Maar wie ervoor openstaat kan er sprankjes hoop in ontdekken, kleine lichtjes aan het eind van een aartsdonkere tunnel. Cuarón observeert slechts, en laat de kijker conclusies trekken. En het ligt aan je karakter of je 'Children of men' uiteindelijk een optimistische of een pessimistische film vindt.