TrosKompas

15172.jpg

The 15:17 to Paris (2018)

Clint Eastwood regisseert het waargebeurde verhaal van een mislukte terroristische aanslag, met de echte helden in de hoofdrollen. Een gok die niet goed uitpakt.

Op 21 augustus 2015 vertrok om 15.17 uur de Thalys vanuit Amsterdam naar Parijs. Plots stormde een terrorist de coupé binnen, met de bedoeling dood en verderf te zaaien. De Amerikaanse vrienden Alek Skarlatos, Anthony ­Sadler en Spencer Stone wisten met gevaar
voor eigen leven de man te overmeesteren, waardoor een bloedbad werd voorkomen.

Verkeerde gok
Het heldhaftige optreden leverde het drietal de Légion d’honneur op, een prestigieuze Franse onderscheiding. En nu dus een film, geregisseerd door niemand minder dan Clint Eastwood. Deze filmveteraan besloot de helden zelf in de hoofdrollen te casten. Het idee erachter is verdedigbaar: als er íémand is die weet hoe het was, hoe ze zich voelden en wat ze deden, dan zijn het de drie die het hebben meegemaakt, toch? Ze hoeven dus alleen maar zichzelf te spelen.

Geforceerd
Maar de gok pakt verkeerd uit, want acteren is toch een vak. Het drietal is zich continu zichtbaar bewust van de camera. Je ziet het ze denken: o ja, nu moet ik lachen. Nu moet ik boos zijn. Nu moet ik een ijsje eten. Alles is daardoor geforceerd en houterig, wat ervoor zorgt dat je als kijker steeds ‘uit de film’ wordt gehaald.

Ontroerend
Het is voor ons dan wel weer leuk om Amsterdam te zien, en het Centraal Station. En we raakten zelfs even ontroerd door de echte beelden van de speech die de toenmalige Franse president Hollande gaf bij de uitreiking van de Légion d’honneur, met mooie woorden over moed en menselijkheid. Dat is écht, en dat voel je. Maar soms heb je voor echt, toch echt acteurs nodig.