TrosKompas

f-the_grand_budapest_hotel_56135182_st_3_s-high.jpg

The Grand Budapest Hotel (2014)

‘The grand Budapest hotel’ is precies zoals je hoopt dat een hotel is: vol met grandeur, avontuur en interessante gasten en personeelsleden. TV Krant sprak met regisseur Wes Anderson.

Wat er altijd terugkomt in de films van Wes Anderson (o.a. ‘The life aquatic with Steve Zissou’ en ‘Moonrise kingdom’) is een dromerige blik op een wereld zoals je hoopt dat die is, niet perse hoe het in werkelijkheid is. Er zit een bepaalde onschuld in zijn werk, die je als naïef kan bestempelen. Wij hebben daar niet zoveel moeite mee, maar wat we wel vinden is dat Anderson soms stijl boven inhoud prefereert. Hij heeft een waanzinnig oog voor detail, en bevolkt zijn films met de meest kleurrijke karakters… Maar op een duidelijke verhaalontwikkeling kunnen we hem meestal niet betrappen. ‘The grand Budapest hotel’ is wat dat betreft een positieve uitzondering.

Conciërge
Het speelt zich af in 1932, in het fictieve Oost-Europese Zubrowka. Stralend middelpunt in dit bergstadje is het Grand Budapest hotel, met een atmosfeer zoals je hoopt dat een hotel heeft: die van een romantisch toevluchtsoord, met een komen en gaan van interessante mensen, die allen weer hun eigen intriges meenemen. Aan het hoofd staat de excentrieke conciërge Gustave H. (Ralph Fiennes). Anderson indachtig verwacht je een rustig voortkabbelende film over het leven in en rond het hotel. Maar zie: er is nu wél een spanningsboog. De mysterieuze dood van Madame D. (Tilda Swinton), vaste hotelgast én minnares van Gustave zorgt voor een steeds grimmiger wordende strijd om haar nalatenschap. Deze loopt parallel met het opkomst van het fascisme en een oorlog die op uitbarsten staat. Er moeten keuzes worden gemaakt, en kanten worden gekozen.

Herinneringen
Historisch accuraat is het niet (in 1932 was er nog geen oorlogsdreiging bijvoorbeeld) maar Anderson lost dat slim op: In de jaren 80 herinnert een schrijver (Tom Wilkinson) zich hoe hij in de jaren 60 (toen gespeeld door Jude Law) in de gesprek raakte met de oude Zero Moustafa (F. Murray Abraham), die hem zijn herinneringen vertelt over dertig jaar terug, toen hij nog de jonge piccolo was (neergezet door Tony Revelori) en onder zijn hoede werd genomen door Gustave. In de loop der jaren zijn Zero’s herinneringen gekleurd geraakt en feiten vervaagd. Wat je ziet is wat destijds indruk maakte op de piccolo. Het mooie is: in de magisch realistische wereld die hierdoor ontstaat is alles en iedereen precies zoals de kijker hoopt dat het is.