TrosKompas

colin_03.jpg

The king's speech (2010)

Een koning met een spraakgebrek. Dat klinkt bepaald niet als een idee voor een spannende film. Dat ‘The king’s speech’ toch meeslepend drama oplevert, is volledig te danken aan de prachtige rollen van Colin Firth en Geoffrey Rush. Firth speelt op overtuigende wijze de Britse prins Albert. Meteen in de eerste scène zien we hoe hij een toespraak houdt in een enorm stadion. Hakkelend, angstig en met tergend lange stiltes worstelt de prins zich door de tekst. Colin speelt de blokkades en bijbehorende gezichtsuitdrukkingen razend knap. De toeschouwers en filmkijkers voelen zich er plaatsvervangend ongemakkelijk bij. Geen wonder dat Albert in de film dus in therapie moet bij Lionel Logue (Geoffrey Rush), een Australische spraaktherapeut die met bijzondere methodes echt tot de koning doordringt. Naast het verhaal over een koning die met zijn spraak worstelt, gaat de film ook over het belang van media voor bekende personen. In vroeger tijden hoorden onderdanen hun koning nooit spreken en was een spraakgebrek dus geen enkel probleem. Maar in Alberts tijd, vlak voor WO II, werd een radiostem van belang. Net zoals president Ronald Reagan (voormalig acteur) door de groeiende invloed van tv veel aan zijn camera-ervaring zou hebben gehad. ‘The king’s speech’ is een prachtig drama dat nergens hapert. Vier Oscars waaronder die voor Beste Film.