TrosKompas

ka.jpg

Kick-Ass (2010)

Altijd al een superheld willen zijn? ‘Kick-ass’ laat zien dat je daar echt geen futiele zaken als superkrachten of hightech wapens voor nodig hebt. Trek je pyjama aan, ren de straat op en ga boeven vangen!

Dave Lizewski (Aaron Johnson) is een onopvallende, nerdy tiener, met als grootste passie superheldencomics. Als hij voor de zoveelste keer door een stel bullebakken van zijn mobiel en portemonnee wordt beroofd, is Dave het zat. Als er geen superhelden bestaan die dit soort gespuis aanpakken, moet hij er zelf maar één worden. Dave verknipt een duikerspak, pakt twee wapenstokken, noemt zichzelf Kick-ass en gaat de straat op. Niet gehinderd door enige training krijgt Kick-ass regelmatig zijn ‘ass kicked’, maar via het internet wordt hij toch een beroemdheid. Dit trekt de aandacht van vader en dochter Macready (Nicolas Cage en Chloe Moretz), die als Big daddy en Hit girl ook actief zijn in de superheldenbranche. Zij willen Kick-ass wel de fijne kneepjes van het vak bijbrengen. Gevaarlijker is dat Kick-Ass ook de aandacht heeft getrokken van crimineel Frank D’Amico (Mark Strong), die alle ‘superhelden’ wil uitroeien omdat ze hem hinderen in zijn ‘werk’.

Gouden ideeën
Wil je een succesvol comicboek verfilmen? Bel dan met Mark Millar. Deze comicboekschrijver heeft namelijk zulke gouden ideeën, dat filmmaatschappijen niet eens wachten tot de comic er überhaupt is. Puur op basis van het eerste, door Millar bedachte, opzetje wordt er al een verfilming gemaakt. Dat gebeurde met de prima Angelina Jolie-actiefilm 'Wanted’, en nu weer met 'Kick-ass', waarvan de opnames al bijna klaar waren voordat de eerste comic ervan het levenslicht zag. Millars gedachtespinsels zijn fris, onvoorspelbaar en origineel, en vaak ook briljant in hun simpelheid. Neem nu ‘Kick-ass’: een tienerjongen roept zichzelf uit tot superheld, maar dan een zonder superkrachten, technische snufjes, jarenlange sportschooltraining of hypermoderne wapens. Zo eenvoudig kan het soms zijn. Maar aangezien Mark Millar en niet jij erop kwam, zit hij nu lekker op zijn privé-eiland te genieten van een cocktail uit de kokosnoot. Maar we gunnen het hem, want wij kunnen weer genieten van de films gebaseerd op zijn werk.

Overdonderende ervaring
‘Kick-ass’ is een overdonderende ervaring. Komisch en gewelddadig tegelijkertijd, wat perfect samenkomt in het briljante begin, waarin we een superheld op het dak van een torenhoog gebouw zien staan. Terwijl hij springt en met een vastberaden blik omlaag suist horen we de voice-over van hoofdpersonage Dave Lizewski, die vertelt dat hij altijd al een superheld had willen zijn en nu eindelijk de stoute schoenen heeft aangetrokken. De stem associeer je met de man die naar beneden duikt, en je schrikt je dan ook rot als deze te pletter valt. “Dat ben ik dus niet”, zegt de voice-over droog. “Maar een of andere Armeniër met psychische problemen.” Deze humor is pikzwart, maar absoluut heel erg grappig.

Fascinerend duo
‘Kick-ass’ is gevuld met karikaturale, uitvergrote personages, maar er is één duo dat er bovenuit springt. En dat is Damon Macready (eindelijk weer een geïnspireerde Nicolas Cage) en zijn dochtertje Mindy (grote ontdekking Chloe Moretz), die als Big daddy en Hit girl de straten schoonvegen van gespuis. Ze zijn fascinerend en zorgen voor de grootste lachsalvo's, maar de Macready’s hebben ook iets triests: hij is een gefrustreerde, en daardoor geflipte ex-agent, die zijn 11-jarige dochtertje een onbezorgde jeugd afpakt om haar te kneden tot een grofgebekte moordmachine. En hij gaat ver: Hit-girl wordt door Big daddy van korte afstand neergeschoten om een kogelvrij vest te testen. Maatschappelijk verantwoord? Nee. Maar zoals het hier wordt getoond moet je hard, en een beetje geschokt, lachen.

Sputteren en bokken
Het is erg moeilijk om geweld met humor te combineren, maar regisseur Matthew Vaughn weet die lastige combinatie meestal (zie het voorbeeld hierboven) tot een goed einde te brengen. Maar soms gaat het mis, en is het geweld alleen maar geweld, en niet om te lachen. ‘Kick-ass’ gaat dan sputteren en bokken, alsof de koppeling blijft steken tussen actie en comedy. ‘Kick-ass’ blijkt op dit soort mindere momenten een schreeuwerig stripboek, met grote kreten als KNAL!, KA-POW! EN BANG!

Kippenvelmoment
Maargoed, deze momenten zijn op een hand te tellen. Het brutale ‘Kick-ass’ durft zijn nek tenminste uit te steken, en het gros van de film werkt dit prima. Zo hoor je in de explosieve climax van ‘Kick-ass’ Elvis Presley ‘Glory, glory hallelujah’ (uit zijn lied ‘An American trilogy') zingen. Het resultaat zou pompeus moeten zijn, door de gezwollen tekst en over-de-top beelden, maar het resultaat is juist een kippenvelmoment van schoonheid. ‘Kick-ass’ mag dan soms plat op zijn gezicht vallen, maar het personage én de film staan uiteindelijk weer triomfantelijk op.