TrosKompas

slurf.jpg

Bangkok dangerous (2008)

Een huurmoordenaar met gewetensbezwaar. Dit blijkt in 'Bangkok dangerous' een dodelijke combinatie. Niet zozeer voor zijn potentiële slachtoffers, maar voor de killer zelf!

De Amerikaan Joe (Nicolas Cage) arriveert in Thailand voor een klus. De Bangkokse maffiabaas Surat (Nirattisai Kaljareuk) wil dat hij vier tegenstanders uit de weg ruimt. Joe gaat aan de slag, maar deze ultieme eïnzelganger wordt al snel betoverd door het land en zijn inwoners. Kruimeldief Kong (Shahkrit Yamnarm), door Joe ingehuurd als loopjongen, wordt al snel diens leerling. Ook komt Joe in aanraking met apothekersassistente Fon (Charlie Young) voor wie hij als een blok valt. Doordat hij emotie toelaat in zijn leven, gaat Joe twijfelen aan het nut van zijn ‘werk’. Maar een onzekere huurmoordenaar is een te groot risico voor Surat, die prompt een stel van Joe's collega's op hém afstuurt.

In 1965 zijn tweeling Oxide en Danny Pang samen uit het ei gekropen, en later kropen ze samen achter de camera. De Aziatische broers regisseerden o.a. 'Gin gwai' (die vorig jaar nog een Amerikaanse remake kreeg met ‘The eye’) en ‘The messengers’. Maar de doorbraak voor de Pangs was met het prima ‘Bangkok dangerous' uit 1999. Bijna tien jaar later regisseren ze de Amerikaanse versie, die op een aantal punten is aangepast (zo was in het origineel de huurmoordenaar doofstom) maar verder nog steeds een lekker wegkijkende Aziatische actiefilm is; zonder dieperliggende gedachtes of politieke ideeën.

Dit klinkt simpel, maar vergis je niet. Simpel helt vaak over naar stompzinnig, maar afgezien van de vreselijke poster (hoort er geen pistool in die rare klauwende hand te zitten? En hoe zit het met die andere hand; Heeft Cage jeuk op zijn schouders?) is er weinig stompzinnigs aan 'Bangkok dangerous'. We zijn blij dat de film niet de werktitel ‘Time to kill’ heeft gehouden. Want dat klinkt echt als een dertien-in –een-dozijn knokfilm, waar ‘Bangkok dangerous’ intrigerend klinkt, wat veel beter bij de film past.

En dat is het: je blijft geïntrigeerd kijken, en moet concluderen dat Nicolas Cage het eigenlijk erg goed doet. De man die synoniem staat voor 'overacting' is hier prima op zijn plaats. Dit komt omdat Aziatische films veel gebruik maken van expressie en gezichtsuitdrukkingen. Waar dit in een westerse film al snel overdreven overkomt, accepteer je het bij de 'mystieke' Aziatische tegenhangers, en dus ook bij Cage. Hij was voor het laatst zo goed op dreef in het actiegenre met ‘Face/off’, niet toevallig geregisseerd door Aziaat John Woo.

Al maakt de acteur het ons in het begin wel moeilijk. Met zijn rare, pikzwart geverfde haar dat in slierten over zijn smalle, tanige hoofd hangt, lijkt Cage eerder op een vogelverschrikker dan een huurmoordenaar. Daar moesten we ons even doorheen lachen. Maar na een kwartier zit je in de sfeer van de film, en ga je zowaar met Joe meeleven. Vlot wordt hij geïntroduceerd: Bij een klus in Tjechië zien we hem efficiënt zijn doelwit uitschakelen, en later zijn eigen hulpje, om alle sporen maar uit te wissen. Het is duidelijk: hier werkt een meedogenloze, ijskoude killer. Langzaam ontdooit Joe echter als hij voor een nieuwe klus naar Thailand vertrekt.

Cage's personage mag dan niet meer doofstom zijn zoals in de originele film, maar eigenlijk is hij het wel. Als westerling komt Joe in een land, cultuur en taal die hij letterlijk en figuurlijk niet begrijpt, en voelt zich hierdoor geïsoleerd. Maar de warmte van Bangkok sijpelt langzaam zijn systeem in. Het is de bedoeling dat hij loopjongen Kong na afloop vermoord om geen bewijzen achter te laten, maar tot zijn eigen verbazing merkt Joe dat hij de enthousiaste jongen onder zijn hoede wil nemen. En hij staat verstelt van zichzelf als hij verliefd wordt op de doofstomme (daar is die handicap gebleven!) apothekersassistent Fon. Langzaam doet Joe zijn harnas af... en op dat moment krijgt hij zijn opdrachtgever achter zich aan. Cage overtuigt, en hij krijgt goed weerwerk van Shahkrit Yamnarm en Charlie Young. Eigenlijk spelen zij niet meer dan respectievelijk een straatschoffie en een heilig boontje, maar toch weten ze er sympathieke, ronde personages van te maken.

Met een achternaam die klinkt als een pistoolschot zou je verwachten dat de actie bij de regisserende broertjes Pang wel zal knallen. Maar dat valt dan weer ietwat tegen; ze missen het 'wauw!'-moment waar eerdergenoemde John Woo altijd wél voor zorgt. Maar de actie zit degelijk in elkaar, net zoals je heel ‘Bangkok dangerous’ een degelijke film kan noemen. Grotendeels voorspelbaar, maar met een paar verrassingen, zowel in acteren als verhaal, die 'Bangkok dangerous' boven de middelmaat in het actiegenre doen uitstijgen.