TrosKompas

blnd.jpg

De Dominee (2004)

‘De Dominee’ is gebaseerd op het leven van Klaas Bruinsma. Door de Mabel Wisse Smit affaire staat de vermoorde maffiakoning weer helemaal in de belangstelling. Maar geen ‘Neeltje Jacoba’ of ‘Dat wijf van die lange’ in ‘De Dominee’. Wel krijgt de kijker een pakkende misdaadfilm voorgeschoteld over de opkomst en ondergang van een keiharde crimineel.

In het nog redelijk naïeve Nederland van de jaren zeventig, bloeit de hasjhandel als nooit tevoren. Klaas (Peter Paul Muller), zoon van een gevoelloze maar financieel zeer geslaagd zakenman (Huub Stapel), besluit zich geheel te wijden aan deze gemakkelijke geldmachine. Hij wil de grootste zijn voordat de hasj gelegaliseerd wordt, wat volgens hem nog maar enkele jaren zal duren. Bovendien wil hij rijker worden dan zijn gehate vader.
Samen met zijn beste maatje, de kickbokser Adri (Frank Lammers) en zijn grote liefde Annet (Chantal Janzen) lukt het Klaas (die ‘De Dominee’ wordt genoemd vanwege zijn altijd zwarte outfits) de hasjhandel in zijn greep te krijgen. Hij is zelfs even de grootste van Nederland en baadt in geld en luxe.
Maar de hasj wordt niet gelegaliseerd en langzaam maar zeker wordt Klaas gegrepen door het geweld, hoezeer hij ook meent erboven te kunnen staan. Het geweld keert zich tegen de mensen waarmee hij werkt, tegen zijn beste vrienden en tenslotte tegen zichzelf.

Voor alle duidelijkheid: ‘De Dominee’ laat niet het feitelijke verhaal van Klaas Bruinsma zien. Maar is, zoals dat zo mooi heet, ‘geïnspireerd’ op zijn leven. Oftewel: bepaalde zaken heeft Bruinsma echt meegemaakt (het meest herkenbaar is z’n onfortuinlijke einde voor het Hilton hotel), maar het meeste is verzonnen. Vandaar ook dat Klaas de fictieve achternaam Donkers heeft in de film. Dat is belangrijk te beseffen, want degene die de film gaat zien in de verwachting hét levensverhaal van de grootste Nederlandse maffiafiguur te zien, zal zich bekocht voelen, zeker door de radicale wendingen die de film aan het eind neemt.

De film overbrugt zo’n vijftien jaar, en geeft een mooie sfeertekening van het Amsterdam door de jaren heen. Het rommelige straatbeeld van de jaren zeventig -nog zonder de beruchte Amsterdamse paaltjes- tot het haast steriele van de jaren tachtig. De maatschappij in ‘De Dominee’ ademt een gemoedelijke spruitjessfeer uit.

Die typisch Nederlandse kneuterigheid zie je ook in het criminele wereldje. Als Klaas begint met zijn hasjhandel gebeurt het allemaal nog ‘gezellig’ in een achterkamertje. Maatje en bodyguard Adri is een goeiige lobbes die judotraining geeft aan kinderen en zich zorgen maakt om zijn moedertje. En Annet combineert de distributie van drugs met haar werk in een tweedehands kledingwinkeltje. Als Klaas van zijn eerste drugsgeld een rode Ferrari koopt, past deze peperdure bolide totaal niet in het gezapige Amsterdamse straatbeeld.

Langzaam zie je het trio veranderen. Om het groeiende imperium in toom te houden worden ze harder, ook naar elkaar toe. Zo sijpelt het gif van het wantrouwen in hun vriendschap. Regisseur en scenarioschrijver Gerrard Verhage weet deze transformatie overtuigend neer te zetten. Alleen in de laatste act slaat hij door. Dan komt Hollywood opeens wel om de hoek kijken met veel geschreeuw, grote ontploffingen en heftige schietpartijen: Scarface in de polder.

De film gaat dus aan het eind wat de mist in, maar zijn acteurs doen dat niet. Zo is Peter Paul Muller erg sterk in de hoofdrol. De meeste criminelen die in films de kar moeten trekken zijn van het type ‘charmante belhamel’, waarmee het goed meeleven is. Maar de Klaas van Muller is geen ondeugende kruimeldief, maar een ijskoude killer. En het is de grote verdienste van de acteur dat we als kijker geen afkeer krijgen voor deze onsympathieke man, maar eerder een soort vreemde fascinatie.