TrosKompas

HotelMumba1.jpg

Hotel Mumbai (2019)

In november 2008 zaaide een Pakistaanse terreurgroep drie dagen lang dood en verderf in het vijfsterrenhotel Taj Mahal Palace in Mumbai, India. ‘Hotel Mumbai’ laat zien hoe het personeel en de gasten samen probeerden te overleven.

Wat je vooral naar de keel grijpt in ‘Hotel Mumbai’, is onmacht. Niemand kan tegenstand bieden aan de tot de tanden bewapende terroristen, die meedogenloos zijn. Man, vrouw, jong, oud: ze schieten iedereen dood. Honderden mensen zitten in de val. De commando’s die redding moeten brengen, zijn ver weg: ze doen er bijna drie dagen over om Mumbai te bereiken. Tot die tijd hebben de daders vrij spel. Ze kammen het hotel etage voor etage uit, op zoek naar personeel en gasten om onder vuur te nemen met hun machinegeweren. De terroristen zijn ervan overtuigd dat ze de wereld zuiveren van goddeloze mensen. Het laat de inktzwarte kant van religieus fanatisme zien.

Stil zijn
Voor de mensen in het hotel is het vooral een kwestie van verstoppen, stil zijn en zien of ze kunnen vluchten. Sommige van deze personages zijn gebaseerd op bestaande personen, zoals Chef Oberoi (een rol van Anupam Kher) die de gasten van zijn hotel-restaurant in veiligheid bracht. Maar de meeste personages zijn fictief en wat voorspelbaar. Denk aan de Russische zakenman van het type ruwe bolster, blanke pit en de jonge vader die boven zichzelf uitstijgt om zijn vrouw en kind in veiligheid te brengen.

Eendimensionaal
Regisseur Anthony Maras schetst het verhaal in brede stroken; voor subtiliteit is geen plaats. De terroristen zijn onmenselijk en het hotel­personeel is buitengewoon moedig. Hierdoor mis je gelaagdheid en het is soms lastig meeleven met de een­dimensionale personages. Maar op zijn beste momenten is ‘Hotel Mumbai’ een pakkende thriller waarin je op het puntje van je stoel zit om te zien of de good guys het winnen van de slechteriken.