TrosKompas

aster.png

Asterix & Obelix: De Romeinse Lusthof (2014)

4
Elk dorp en stad hebben de soldaten van Julius Caesar al onder de voet gelopen, maar het lukt ze niet om één klein gehucht te veroveren. Dit komt door het toverdrankje van de lokale druïde, waardoor de bewoners oersterk worden. Caesar broedt op een snood plan: hij wil een gigantisch vakantiepark –de Romeinse lusthof genaamd- óm het dorpje heen bouwen. De Galliërs zullen de onschuldige bewoners geen kwaad doen, maar ondertussen wel zo ongelukkig worden van hun nieuwe Romeinse buren, dat verhuizen de enige optie lijkt. Is Caesar onze helden dan eindelijk te slim af?

Absurdistisch
We pakten het gelijknamige stripboek uit 1971 er weer eens bij (één van de leuke dingen van ons werk) en die is bijzonder grappig. Als kind lach je om de slapstickachtige gevechten tussen de Galliërs en de Romeinen. En de oudere lezer grinnikt om de absurdistische humor (zo bevrijdt Asterix Romeinse slaven, maar die zitten daar helemaal niet op te wachten). Met het basismateriaal zit het dus wel goed, en gelukkig pakt de film ook zo uit. De sterkste grappen uit de strip zijn plaatje voor plaatje overgenomen en de standaardgrappen die in elk Asterix-avontuur langskomen, zorgen voor een feest der herkenning (de bard die niet mag zingen, de smid en de visboer die elkaar voor rotte vis uitmaken).

Menselijkheid
Tussen de lachsalvo’s door valt de mooie animatie op. ‘Natuurlijke’ zaken als het water in de rivier en de blaadjes aan de bomen zijn bijvoorbeeld adembenemend echt. De personages zijn juist cartoonesk en hebben een wat plasticachtige huid. Maar dit is precies goed voor de stripfiguren die het zijn, want teveel menselijkheid zou afleiden. Net als de stripboeken eindigt ook de film in een feestmaal. En zo voelt ‘Asterix & Obelix: de Romeinse lusthof’ voor de kijker ook: als een fijn feestmaal.