TrosKompas

Freek Vonk

Skelettarantula

Niet iedereen heeft het erg op spinnen, zeker niet de grootste, harige exemplaren. Maar ik ben er dol op! Suriname zit vól met vogelspinnen, zoals deze prachtige skelettarantula.

Jonge skelettarantula’s houden zich op in struiken en bomen, maar als ze groter worden graven ze een holletje en duiken onder de grond. Daar blijven ze het grootste deel van hun leven, want de ingang van dat hol is meteen een valdeur voor prooien. De ingangen zijn te herkennen aan de vele warrige draden die er vlakbij gespannen zijn. Dit zijn struikel­draden. Als insecten zo’n draad aanraken, klinkt de schaftbel voor de vogelspinnen, die de beweging beneden voelen. Ze overmeesteren hun prooien meteen en injecteren verlammend gif. Daarna hakken ze de maaltijd in stukken met hun grote giftanden en sproeien er verterings­sappen overheen. Het vloeibare binnenste zuigen ze op door hun mond­opening. Na een goed maal hoeven vogelspinnen een week of zelfs een paar weken niet te eten.

Nieuw skelet

Etende spinnen zijn groeiende spinnen. Hun uitwendige, harde skelet groeit echter niet mee. Skelettarantula’s moeten net als andere spinnen vervellen om te groeien. De eerste vervelling in hun leven ondergaan ze al voordat ze uit hun ei komen! Gedurende de tijd dat ze bij hun moeder in het hol blijven, vervellen ze nog eens. Daarna trekken ze de wijde wereld in. Jonge skelettarantula’s groeien sneller dan oudere en vervellen vaker. Het is een moeizame klus. Voor het zover is, spinnen ze vaak een matje van zijde. Daarin gaan ze op hun rug liggen. Echt chillen in de hangmat is het niet: tijdens een vervelling zijn ze op hun kwetsbaarst. Bij jonge skelettarantula’s duurt het proces ongeveer een uur, volwassen dieren zijn er een paar uur mee bezig. Al die tijd kunnen ze maar beter zorgen dat ze veilig zitten, zonder hongerige pottenkijkers!

 

Beeld © GettyImages