TrosKompas

Freek Vonk

Adelaarsrog

Ik ben aan het duiken rond de Galápagos-eilanden. Op de zandbodem zie ik een van de sierlijkste vissen in de oceaan, een Californische adelaarsrog!

 

De rog had mij al in de gaten en neemt een typische pose aan om te bepalen of hij in het lekker zand kan blijven liggen of dat-ie snel weg moet zwemmen van mogelijk gevaar. Hij richt het voorste deel van zijn lijf op en steunt op zijn borstvinnen. Wat een grappig gezicht! Zo kan ik de witte buik goed zien en de bekopening, die niet aan het einde, maar aan de onderkant van de snuit zit.

Binnen in de bek hebben deze roggen zeshoekige, platte tanden, die als stoeptegels in rijen tegen elkaar aanliggen. Met deze tandplaten pletten en kauwen de roggen hun voedsel. Ze eten mosselen en andere weekdieren, garnalen en krabbetjes en kleine bodemvissen. Ze hebben geen moeite met de harde buitenkantjes van de prooien, zoals schelpen en pantsers. De harde stukjes spugen ze uit.

 

Een zesde zintuig

Het lijkt wel of deze adelaarsroggen door het water vliegen in plaats van zwemmen met die lange, puntige borstvinnen. De vinnen zijn niet alleen handig om vooruit te komen, maar ook bij de jacht. Detecteert een rog een prooi in het zand met zijn zesde zintuig, de ampullen van Lorenzini, dan blijft hij daar vlak boven de bodem hangen en wervelt hij met zijn vinnen de bodem op. Hij gebruikt ook zijn snuit bij het zoeken en woelt geulen in de zeebodem, tot 20 centimeter diep.

En ja, wie niet weg is, is gezien. De rog maakt er zo’n bende van, dat er tijdens zo’n actie diverse prooien bloot komen te liggen. Ook vliegen de kruimels in het rond. Dus zijn er altijd wel andere, kleine vissen in de buurt om een graantje mee te pikken van deze onderwatergraver. Wat een vis!

Beeld: © Getty Images