TrosKompas

Freek Vonk

Impala

Ik ben in de Masai Mara in Kenia en rijd over de weidse vlakte. In de verte zie ik een kudde van de meest elegante antilopen van dit continent: impala's!

 

Wanneer je wordt geboren als een impala, heb je de cirkel van het leven in een mum van tijd doorlopen. Zeker de helft van alle impalakalfjes belandt in de eerste weken van hun leven in de magen van leeuwen, luipaarden, Afrikaanse wilde honden, hyena’s en cheeta’s. Ook de volwassen dieren zien er voor veel van hun vleesetende buren uit als wandelende biefstuk. Niet gek dus, dat impala’s altijd zenuwachtig zijn. Ik kan zeker niet te dicht bij deze kudde komen, want dan zullen ze direct vluchten. Met de neus in de lucht en gespitste oren kijken ze schichtig om zich heen. Impala’s blijven bij elkaar in los-vaste kuddesvan enkele tientallen dieren en kennen de omgeving als hun broekzak. Zelden dwalen ze meer dan tien kilometer van hun thuishaven. De groep is alles voor ze, veel veiliger dan dat ze alleen op pad gaan. Dus doen impala’s hun uiterste best om die cohesie te behouden, ook in volle vlucht.

Tenenkaas
Als ze met z’n allen wegstuiven voor een roofdier, gaan de meeste impala’s dezelfde kant op, als één blok. Zo wordt het voor het roofdier lastig kiezen. Ze racen met hun staart omhoog, zodat de contrastrijke zwart-witte strepen op hun achterste beter zichtbaar worden en ze elkaar goed kunnen volgen. En laag op hun poten, ter hoogte van de ‘enkels’, zit een zwarte pluk haar met daartussen de opening van een geurklier. De geurstof, die naar kaas schijnt te ruiken, helpt verdwaalde impala’s de groep op te sporen nadat een roofdier ze heeft opgejaagd. Impala’s maken geregeld hoge bokken- sprongen en sprayen hun geur zo extra goed in het rond, totdat iedereen weer bij elkaar is. Als ze hun eerste weken weten te overleven, zijn deze snelheidsduivels geen hulpeloze hapjes meer!

Beeld: ©Getty Images