TrosKompas

NOSTALGIE GT Rovers

Het gelukskantoor

De oorsprong van de loterij gaat terug naar de Chinese Han-dynastie (206 voor Chr. - 220 na Chr.) toen door de autoriteiten, de zogenoemde ‘Keno-loten’ werden verkocht om de bouw van de Chinese Muur te kunnen betalen. De Romeinen hielden overigens ook wel van een gokje. In het begin was het alleen een verzetje voor de adel, maar later begon keizer Augustus Caesar (63 voor Chr. - 14 na Chr.) een loterij om reparaties voor de stad Rome te kunnen betalen.

In ons land vond de eerste onofficiële loterij in 1444 in Utrecht plaats. De stad had dringend geld nodig en organiseerde daarom een loterij. Het bleek een briljant plan en algauw volgden andere steden.

Volksfestijn
Deze loterijen waren een puur volksfestijn dat dagen duurde en waarbij de drank rijkelijk vloeide. De Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden richtte in 1726 de Generaliteitsloterij op, waarvan de eerste trekking op 4 april 1726 in de Ridderzaal in Den Haag werd gehouden. De hoofdprijs bedroeg het toen gigantische bedrag van 30.000 gulden. Koning Willem I besloot in 1813 om de naam te veranderen in de Nederlandsche Loterij, die in 1848 omgedoopt werd tot Nederlandse Staatsloterij.

Loterijwinkels
De loterijwinkels, de zogeheten gelukskantoren, verschenen op iedere hoek van de straat. Zo maakte gelukskantoor Max Cohen uit Leeuwarden in de jaren dertig in de krant bekend dat de winnaar bij hen 10.000 gulden kon komen ophalen. Dat trok twee jonge mannen aan die dachten er zomaar met de jackpot vandoor te kunnen gaan. Ze werden vrijwel direct door de politie in de kraag gegrepen, waarna de echte winnaar alsnog zijn geldprijs kon komen ophalen.

Gaandeweg kwamen er andere zelfstandige loterijen, zoals de BankGiro Loterij in 1961 en de Nationale Postcodeloterij en de Vrienden-loterij in 1989, die met de opbrengst goede doelen steunen.