TrosKompas

Freek Vonk

Oribi

Ik rijd over de savanne in Zuid-Afrika als ik uit het hoge gras een kop omhoog zie steken. Een oribi! Dat is een soort dwergantilope.

Oribi’s kunnen iets meer dan een meter groot worden, iets meer dan een halve meter in schouderhoogte en maximaal twintig kilo zwaar. Voor een antilope is dat dus vrij klein! Gezien hun lengte hebben ze relatief lange nekken. Hier zien we overduidelijk een mannetje; alleen de mannetjes hebben hoorns, klein en puntig. Normaal gesproken drommen antilopen vaak samen in grote groepen, want in een groep is de kans kleiner dat je gegrepen wordt door een luipaard. Vele ogen zien meer dan één paar, bovendien zorgt een grote vluchtende groep ook voor verwarring tijdens een aanval. Daarom loont het voor veel antilopensoorten om in groepen te leven.

Kleine kuddes
Oribi’s echter leiden sociaal gezien een wat nonchalant bestaan. Je vindt ze alleen of in paren – een mannetje en vrouwtje – bij elkaar, soms in kleine kuddes van zeven tot acht dieren. Ieder clubje onderhoudt een territorium en is niet aardig naar andere oribi’s in de buurt. Vrouwtjes dulden bijvoorbeeld geen vreemde dames in hun gebied en mannetjes verdedigen hun territorium fel. Oribi’s zijn dan wel goed zichtbaar, maar hebben niet het voordeel van een grote groep. En ze leven ook nog op open vlakten…

Doodstil schuilen in het gras…
Om zich bij gevaar te kunnen verschuilen op de vlakte, moeten er daarom altijd stukken met hoger gras aanwezig zijn. Dat is namelijk hun eerste verdedigingstactiek: wegduiken en zich doodstil houden. Dat doen oribi’s net zo lang tot de aanval is geweken; zelfs als het roofdier dichtbij is houden ze dat vol. Alleen als ze echt moeten, springen ze ineens op en gaan ze er met alle vier de poten stijf als pogosticks vandoor. Kortom: deze antilopen zijn dan wel klein, maar ze hebben stalen zenuwen!

TK1829_126_01
© Getty Images

BANNER_FREEK