TrosKompas

hug_02.jpg

Hugo (2011)

Samen met zijn vader probeert Hugo Cabret een robot aan de praat te krijgen. Als papa Cabret plots overlijdt, ziet het jongetje het als zijn roeping het apparaat te laten werken. Hij krijgt hierbij hulp van een vergeten filmmaker.

Parijs, 1931. Na het overlijden van zijn vader, de enige ouder die hij nog had, gaat de 12-jarige Hugo Cabret (Asa Butterfield) in de catacomben van het treinstation Gare Montparnasse wonen. Een van zijn weinige bezittingen is een kapotte automaton; een robot die iets kan schrijven of tekenen. Maar wat? Hugo knutselde eraan met zijn vader, en ziet het nu als zijn levenstaak de automaton aan de praat te krijgen. Hij steelt onderdelen bij het speelgoedwinkeltje van meneer Méliès (Ben Kingsley). Als deze hem betrapt moet Hugo voor straf bij Méliès komen werken. Zo raakt de weesjongen bevriend met diens kleindochter, Isabelle (Chlöe Grace Moretz). Samen repareren ze de automaton, en komen via het apparaat achter een geheim van Isabelle’s opa: Georges Méliès blijkt namelijk één van de filmpioniers te zijn, een verleden waar hij nu in alle talen over zwijgt. Ondanks dit dompelen de twee kinderen zich onder in de wondere filmwereld van Méliès.

Oscars
Als er één regisseur is die je met misdaadfilms associeert, is het Martin Scorsese wel, met genreklassiekers als ‘Goodfellas’, ‘Gangs of New York’ en ‘The departed’ op zijn naam. Groot was dan ook de verassing toen hij ‘Hugo’ ging maken: een familiefilm gebaseerd op een kinderboek. Als het aan de leden van de Academy awards ligt, heeft deze keuze goed uitgepakt: ‘Hugo’ is namelijk de enige film met maar liefst elf Oscarnominaties, waaronder die voor Beste film en regisseur. Hoeveel Oscars ‘Hugo’ uiteindelijk zal scoren weten we pas op 26 februari, maar dat het een bijzondere film is, is zeker.

Pionier
Scorsese gebruikt het verzonnen verhaal van Hugo Cabret om een ander, waargebeurd verhaal te vertellen. Namelijk dat van zijn grote voorbeeld, Georges Méliès. De Fransman die begin twintigste eeuw furore maakte met films als ‘A trip to the moon’ (met het gezicht in de maan dat een raket in zijn oog krijgt) wordt bestempeld als één van de pioniers van de cinema. Maar na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog verging bij Méliès de lust om fantasievolle, grappige filmpjes te maken. Hij ging in een speelgoedzaakje in het Gare Montparnasse treinstation werken om zijn vrouw en kleindochter te onderhouden. Hij raakte in de vergetelheid, tot in de jaren dertig zijn werk werd herontdekt en Méliès een mooie comeback maakte, die aanhield tot zijn dood in 1938.

Kinderblik
De jonge Hugo mag dan als opstapje worden gebruikt om Méliès in het zonnetje te zetten, maar dat betekent niet dat zijn verhaal er niet toe doet. Integendeel, het is juist een heel slimme zet om een jongetje naar voren te schuiven als hoofdpersoon. Want alleen een kinderblik, met wijd opengesperde ogen, kan vol overgave kijken naar iets moois op het witte doek. Door de onschuldige ogen van Hugo laat Scorsese zien wat een prachtige, magische wereld film is. En al hebben de volwassen kijkers van ‘Hugo’ al honderden films gezien, het lukt Scorsese dat unieke gevoel van ‘de eerste keer’ perfect over te brengen.

Fascinerend
Hugo wordt gelukkig niet al te schattig neergezet door Asa Butterfield. Zijn indringende staalblauwe kijkers en witte huid doen eerder onbehaaglijk dan aandoenlijk aan (een gevoel dat hij ook al overbracht als nazi-zoontje in ‘The boy in the striped pyjamas’). Maar doordat Asa een beetje zonderling is, intrigeert hij meer dan een dertien-in-één-dozijn schattig jongetje, waardoor hij onze aandacht de hele film door weet vast te houden. Ook intrigerend is de automaton die Hugo weer aan de praat krijgt. Met zijn onbewogen maar fascinerende gezicht komt de robot met klikjes en tikjes van radartjes en veren weer tot leven. Soortgelijke machines bestonden echt, en als Hugo’s automaton weer gaat werken, is het een even bijzonder moment voor mensen van nu als van toen.

Sympathiek
Het treinstation is schilderachtig, met diepe, rijke kleuren. En de mensen die het bevolken zijn op het eerste gezicht misschien niet allemaal aardig, maar laten vroeg of laat hun toch sympathieke kant zien. Neem de stations-inspecteur (Sacha Baron Cohen). In het begin is hij echt de slechterik, die met zijn met ijzers gespalkte been en vervaarlijke dobermann (“Pak ze, Maximillian!”) jacht maakt op loslopende kinderen. Maar ook hij ontdooit, niet in de laatste plaats door een charmante bloemenverkoopster.

Spannend
Heel soms komt de ‘misdadige’ kant van Scorsese naar boven, met spannende, haast enge droomscènes waarin Hugo in een automaton verandert, en een waarin de trein ontspoort en dwars door het station crasht (overigens gebaseerd op een echt ongeluk in Gare Montparnasse in 1895). Maar het is oké, dit soort onverwachte prikkels houden de kijker scherp. Anders zouden we alleen maar rozig zou worden van de warmte die ‘Hugo’ uitstraalt. Het is een magische film, over de magie van film.