TrosKompas

rat.jpg

Ratatouille (2007)

5
Ratten hebben over het algemeen een slechte naam. Ze zijn vies en eng, waardoor ze in animatiefilms vaak alleen als slechterik mogen opdraven. Maar ‘Ratatouille’s Remy gaat daar verandering in brengen. Deze sympathieke rat jaagt zijn droom na om chefkok te worden, en het resultaat is een verrukkelijke film.

Remy (stem van Patton Oswalt) wil dolgraag koken in een gerenommeerd restaurant. Er is echter één probleem: hij is een rat. Toch zet Remy alles op alles om chefkok ter worden, al moet hij hiervoor het veilige riool van Parijs verlaten en werkelijk de lichtstad ingaan. Hij krijgt hierbij hulp van de geest van topkok Gusteau (Brad Garrett) die hem naar zijn restaurant leidt. Eens was dit een vijfsterren-etablissement, maar sinds Gusteau’s gluiperige vervanger Skinner (Ian Holm) aan de macht is, holt de kwaliteit achteruit.
Het tij lijkt te keren als Remy vriendschap sluit met de schuchtere afwashulp Linguini (Lou Romano). Samen blijken ze iets unieks te kunnen: Remy kan Linguini als een marionet bespelen als hij aan diens hoofdhaar trekt. Verborgen onder de witte koksmuts kanaliseert de rat zijn kookkunsten via de afwashulp... en de gasten vinden het heerlijk. Maar Skinner vertrouwt Linguini’s plotselinge ‘gave’ voor geen cent, en probeert er op allerlei manieren achter te komen hoe hij dat flikt. Remy en Linguini moeten ook oppassen voor de verzuurde kookcriticus Anton Ego (Peter O’Toole). Een vernietigende recensie van zijn hand zorgde voor de fatale hartaanval van Gusteau. En Ego heeft besloten om het restaurant weer met een bezoekje te vereren, om met zijn superkritische smaakpapillen het nieuwe kooktalent te beoordelen...

Bij elke nieuwe Pixar-film poets ik de loftrompet weer op en blaas zo hard ik kan. Want keer op keer weet de filmstudio (‘Finding Nemo’, ‘The Incredibles’, ‘Toy story’) een nieuwe mijlpaal in animatietechniek te bereiken. De animatie klopt aan alle kanten en in elk detail. Van gebutste koperen kookpotten tot de duizenden haartjes per rat. Het klopt, maar op zo’n vanzelfsprekende manier dat je er als kijker gemakkelijk overheen kan kijken. Het lijkt of de omgeving ‘echt’ is, en ze daar later de ratten en mensen in hebben getekend. Elke materiaal, of het nu hout, leer, ijzer of plastic is, heeft de glans, uitstraling en (on)kreukbaarheid die erbij hoort. En dan het eten! Het water loopt je in de mond en je ruikt haast het malse vlees, de romige soep, de pittige saus, het knapperige brood, het zachte ijs en de verse vis wat er in de keuken wordt bereid. Terwijl het toch heel ordinair uit de computer in plaats van uit de oven komt.

Maar gelukkig weten de makers, onder aanvoering van regisseur Brad Bird (‘The Incredibles’) waar hun grenzen liggen. Het belangrijkste is dat ze nooit zullen proberen de mensen in het verhaal er zo echt mogelijk uit te laten zien. De mens zit toch nog zo complex in elkaar dat je in animatiefilms altijd ziet dat het nep is. Kijk maar naar ‘Shrek the third’ waarbij de menselijke personages (Fiona, Prince Charming, Artie) altijd een onnatuurlijk wassenbeeldenuitstraling hebben, wat afleid bij het kijken. Pixar begrijpt dat, en maakt zijn mensen juist expres popperig. Met ronde of uitgerekte vormen, een gladde, plasticachtige huid en karikaturale gezichten. En wat zitten er weer een paar juweeltjes van personages bij. Chefkok Skinner, die met zijn ratachtige snorretje, ielige verschijning en grote mond precies de gluiperd is die hij moet voorstellen. Of kookrecensent Anton Ego, wiens Dracula-achtige verschijning (lang, lijkbleek, mondhoeken kilometers naar beneden) precies beantwoordt aan het beeld van de verzuurde journalist.

Al had ‘Ratatouille’ alleen maar bestaan uit een anderhalf uur durende polonaise van de hilarische personages hadden we ons er al mee vermaakt. Maar de grote kracht (van iedere Pixar-film trouwens) is het verhaal. Het gáát ergens over, in plaats van een kapstok waar zoveel mogelijk grappen aan worden gehangen. Hou er sowieso rekening mee dat de grapdichtheid een stuk lager ligt dan bijvoorbeeld in ‘The Incredibles’. Regisseur Brad Bird durft rustig het verhaal te ontvouwen, waarbij hij uitgebreid stilstaat bij serieuze zaken als familiebanden, vriendschap en collegialiteit. Nooit op een belerende manier overigens, maar warm en meelevend. Hierdoor ga je als kijker mee met het verhaal, hoe krankzinnig dat ook mag zijn. Ik bedoel, een rat die chefkok wordt in een sterrenrestaurant en die een nitwit zijn wil kan opleggen door aan diens haren te trekken? Maar je gelooft het, want je wordt emotioneel namelijk niet bedrogen.

Kwaliteit staat bovenaan in ‘Ratatouille’. Het gaat niet om zoveel mogelijk beroemde stemmen, maar om de juiste stemmen. Geen effecten die afleiden, maar die in dienst staan van het verhaal. Geen bombardement aan lach-of-ik-schiet grappen, maar komische momenten die de lachspieren blijven kietelen. ‘Ratatouille’ wordt voorafgegaan door het hilarische filmpje ‘Lifted’, over een ontvoering door buitenaardse wezens. Na dit smakelijke voorgerecht is ‘Ratatouille het perfecte hoofdmaal: geen gebakken lucht, geen zware kost, maar een verrukkelijke kijkervaring.