TrosKompas

TheMan1.jpg

The man who killed Don Quichote (2018)

We hebben er bijna dertig jaar op gewacht, maar nu is ‘The man who killed Don Quixote’ eindelijk klaar. Helaas is de rampzalige geschiedenis van deze film veel interessanter dan de film zelf.

Zo’n dertig jaar geleden droomde regisseur Terry Gilliam al over een film over Don Quichot die wind-molens aanzag voor reuzen. Een eerste poging in 1990 strandde na budgetproblemen. Een tweede in 2000 viel door een overstroming, overvliegende straaljagers en een weggelopen hoofdrolspeler in het water. Bij de derde poging verliet Johnny Depp de productie om ‘Pirates of the Caribbean’ te maken. Eerder beten beroemde regisseurs als Orson Welles, Walt Disney en Fred Schepisi hun tanden stuk op dit project, waardoor filmmakers dachten dat er een vloek op de romanfiguur van Cervantes rustte. Gilliam bleef er echter aan werken. Ook al waren twee van de beoogde hoofdrolspelers (John Hurt en Jean Rochefort) inmiddels overleden.

De recensie
Dan nu de logische vraag: is de film al die moeite en al dat wachten waard? Het klinkt bijna oneerbiedig, maar het eindresultaat valt nogal tegen. Het begint nog sterk met de edelman uit La Mancha die een windmolen aanvalt en aan de wieken blijft hangen. Daarna kijken we naar een filmset waar een ‘visionaire’ regisseur (Adam Driver) een film over de Spaanse romanheld maakt. Deze man maakte al eerder een studentenfilm rond dit thema en ontmoet zijn oude hoofdrolspeler (Jonathan Pryce) die nog steeds denkt dat hij de echte Don Quichot is. Samen beleven ze een bizar avontuur. ‘The man who killed Don Quixote’ is geen heel goede film, maar wel een bijzondere. Grootste probleem is dat de film zonder veel logica van hot naar her springt en daardoor onrustig overkomt. Gelukkig zijn de beelden wel imposant, met een verkleedfeest in een oud kasteel als bizar hoogtepunt. Daarnaast
is acteur Jonathan Pryce het overtuigende middelpunt van de film. Zelden heb ik iemand zo knap gekte zien spelen.