TrosKompas

the-theory-of-everything-eddie-redmayne-2-3-1024x68.jpg

The theory of everything (2014)

Als wij aan Stephen Hawking denken, zien we een verlamde man in een rolstoel voor ons. Niet iemand waarbij je direct denkt aan het feit dat hij ooit kon lopen, praten én liefhebben. Het mooie ‘The theory of everything’ laat ook die kant zien.

Het is geen toeval dat we al drie TV Kranten achter elkaar waargebeurde drama’s voor onze kiezen krijgen (‘Unbroken’, ‘The imitation game’ en nu ‘The theory of everything’). De Oscars komen er namelijk aan! Op 22 februari worden de Academy Awards weer uitgereikt, en in de aanloop ernaartoe gooien de filmmaatschappijen hun grootste kanshebbers in de strijd. Wij hebben ooit het Oscar stappenplan uitgedokterd, waarmee het goudkleurige beeldje voor Beste acteur je niet meer kan ontgaan. Wat dat betreft maakt Eddie Redmayne een zeer grote kans, want zijn vertolking van Stephen Hawking vinkt een aantal cruciale vakjes aan. Het genre van de film is drama, het is waargebeurd, Redmayne is blank, en hij speelt een gehandicapte. Vier pluspunten waar de Oscarjury erg gevoelig voor is. Maar goed, dat is onze theorie van de Oscars. Maar hoe is de ‘Theory of everything’? Erg goed! Het feit dat de film ook focust op de onbekende kant van Hawking (ondanks het Amerikaanse accent van zijn stemcomputer is hij Engels, echtgenoot én vader van drie kinderen) maakt ‘The theory of everything’ al de moeite waard.

Hoteldebotel
Het is 1963, en de briljante student Stephen Hawking (Eddie Redmayne) is op de universiteit Cambridge op zoek naar één theorie die het hele universum verklaart. Daarnaast valt hij als een blok voor de kunststudente Jane Wilde (Felicity Jones). Ze worden hoteldebotel verliefd, en zelfs de onheilstijding dat Hawking lijdt aan een slopende spierziekte en waarschijnlijk nog maar twee jaar te leven heeft, verandert hier niks aan. Ze trouwen en stichtten een gezin. Ondanks de liefde voor elkaar, merken ze dat Stephens ziekte een normaal gezinsleven steeds verder in de weg staat…

Energie
Eddie Redmayne zet de onverbiddelijke aftakeling fantastisch neer. Zijn prestatie stijgt boven de kille Oscar-kansberekening uit. Het is een tour-de-force wat hij uithaalt, zonder ooit opzichtig naar awards te hengelen. Hij overtuigd honderd procent als Hawking, die langzaam ten prooi valt aan de slopende spierziekte. Je leeft intens mee als kijker, als zijn motoriek en spraak steeds stroever verlopen. En als hij dan eenmaal in die rolstoel is beland en zijn lichaam praktisch niet meer kan bewegen, weet de acteur het bijna onmogelijke te presteren. Want zelfs als kasplantje straalt hij energie en emotie uit, al is het maar met een halve grimas of een schokschoudertje. Als Stephen op het eind met Jane naar hun spelende kinderen kijkt en je zijn robotstem hoort zeggen: ‘Kijk wat we hebben gemaakt’ schiet je gewoon vol.

Gefrustreerd
Jane Hawking speelt minstens zo’n belangrijke rol in ‘The theory of everything’. Niet vreemd, want het verhaal is gebaseerd op haar autobiografie ‘Travelling to infinity: My life with Stephen’. Mensen die hun memoires neerpennen hebben nogal eens de neiging om zichzelf op te hemelen, maar Jane is verfrissend eerlijk. Ze geeft veel van haar sociale leven op om Stephen te verzorgen. Maar in plaats van zich als een engel te schikken in dit lot, zien we hoe een echt mens op deze situatie reageert. Je ziet Jane op haar tenen lopen en gefrustreerd zijn dat ze nu meer een verpleegster is dan een echtgenote en minnares. Als muziekleraar en huisvriend Jonathan (Charlie Cox) een steeds belangrijkere plaats in het gezin Hawking begint in te nemen, groeit ook het fysieke verlangen van Jane. De twee krijgen een relatie, en bij de geboorte van haar derde kind laat de film even in het midden of deze van Stephen of Jonathan is.

Realistisch
Is het fout dat Jane haar man bedriegt met een ander? Volgens de letter van de wet wel, maar ‘The theory of everything’ laat goed zien hoe dit soort situaties kunnen ontstaan. Dat is voor een groot deel toe te schrijven aan Felicity Jones, die Jane neerzet. Ook zij speelt, net als Eddie Redmayne, compleet realistisch, naturel en menselijk. Hierdoor snap je waarom Jane bepaalde keuzes maakt. Eddie Redmayne is verplicht zo min mogelijk te doen met zijn lichaam en stem, maar als Jane kiest Felicity er ook voor het klein te houden. Ze brengt haar boodschap niet over op een theatrale manier, met weidse armgebaren en overslaande stem. Bij Jane speelt, net als bij Stephen, zich heel veel in de ogen af. Woede, verdriet, blijdschap, lust… En die komen luid en duidelijk over in deze prachtige film, die laat zien dat een relatie net zulke complexe materie is als de theorie waar Stephen als wetenschapper aan werkt.