TrosKompas

345_01.jpg

Source code (2011)

Jake Gyllenhaal zit in een trein die ontploft. In plaats van in de hemel belandt Jake op een militaire basis, waar blijkt dat hij meedoet aan een operatie om uit te vogelen wie de bom heeft gelegd. Voor Jake het weet zit hij weer in de trein, en heeft hij acht minuten om zichzelf en de medepassagiers te redden...

Militair Colter Stevens (Jake Gyllenhaal) wordt met een schok wakker in een trein. Hij heeft geen idee hoe hij daar is belandt, en wie de sympathieke Christina Warren (Michelle Monaghan) is die tegenover hem zit. Een paar minuten later ontploft de trein. Stevens komt bij in een soort cocon, waar hem via een scherm vragen worden gesteld door commandant Colleen Goodwin (Vera Farmiga). Zij legt hem uit dat hij meedoet aan operatie Source code. Hiermee kunnen ze Colter terug in de tijd sturen om de aanslag te verijdelen. Hij moet de laatste acht minuten vóór de ontploffing steeds weer opnieuw beleven om de dader te vinden. Koortsachtig gaat Colter op zoek, al was het alleen maar om het leven van de steeds leuker wordende Christina te redden.

Hollywoodeinde
‘Source code’ is een hele goede film, met maar één nadeel: het einde. Tenminste, er is wel een perfect einde in de film. We verklappen nu niks met de sleutelwoorden ‘freezeframe’ en ‘uitknop’, maar zodra de scène is langsgekomen waar deze twee termen in voorkomen, is dat het perfecte slot. We stonden dan ook al op uit onze stoel, helemaal enthousiast over de intelligente film de we net hadden gezien, die ook nog eens zo ontroerend en gedurfd eindigde. Toen de zaallichten uitbleven en het verzoek om te gaan zitten steeds dwingender klonk, beseften we dat ‘Source code’ nog niet afgelopen was. Hierna zagen we tot onze schrik een onlogisch ‘alles komt goed’-Hollywoodeinde! Oh, de horror...

Vele pluspunten
Maargoed, nu we het minpunt van ‘Source code’ hebben gehad, kunnen we naar hartelust uitweiden over de vele pluspunten van deze sf-thriller. Simpel gezegd is het een ingekorte versie van ‘Groundhog day’. Waar daar de hoofdpersoon steeds een bepaalde dag opnieuw beleefde, krijgt Colter Stevens in ‘Source code’ continu dezelfde acht minuten voor zijn kiezen. De korte tijdslimiet maakt dat de spanning goed wordt opgevoerd. Die 480 seconden geven geen tijd om eerst een kopje koffie te nemen of the genieten van het uitzicht. Er rust een zware druk op Colter om zo snel mogelijk de bom én de dader te vinden. Hij kan namelijk niet ongelimiteerd terugkomen. De klok tikt door in de echte wereld, en de dader moet gevonden worden voor deze een andere bom af laat gaan in hartje Chicago.

Ook humor
Natuurlijk is de bom belangrijk, maar ‘Source code’ zorgt dat in de herhalende acht minuten ook aandacht is voor andere zaken. Humor bijvoorbeeld, die vooral zit in het feit dat Stevens na een paar keer exact weet hoe zijn medepassagiers gaan reageren. Er is zelfs tijd voor romantiek; tussen Stevens en Warren bloeit langzaam iets moois op. Een goede sf zorgt ervoor dat je niet teveel over logica inzit, maar lekker meegaat met het verhaal. En dat doet ‘Source code’, want de film loopt als een trein. Als kijker zit je gelijk middenin de actie, en doordat er steeds nieuwe elementen en ontdekkingen bijkomen, gaan de herhalende acht minuten nergens vervelen.

Sympathiek
Je leeft direct mee met het sympathieke koppel Colter en Christina. En Vera Farmiga weet van een ondankbare rol iets prachtigs te maken. Haar Colleen Goodwin is voornamelijk statisch op een tv-scherm te zien. Maar in haar ogen komen allerlei emoties langs, van afstandelijk in het begin tot zeer betrokken aan het eind, zodat Goodwin toch boeiend blijft. Jeffrey Wright is flink aan het schmieren als Goodwins baas Dr. Rutledge, onder andere door hem een hijgstem te geven waar Darth Vader uit ‘Star wars’ jaloers op zou zijn. Maar dat excentrieke, beetje morsige past wel bij ‘Source code’. Vaak associeer je sf met klinische, strakke omgevingen, maar dat is bij deze film niet het geval. De cocon waarin Colter terugkeert van zijn tijdreizen is namelijk zeker geen hoogtepunt van modern vernuft. Het piept en kraakt, draadjes zitten los en er lekt vloeistof. Dat heeft iets knus, waardoor het een afstandelijke, technologische wereld weet te vermijden.

Zowie Bowie
De regisseur is Duncan Jones, die we voor zijn films vooral kenden als zoon van David Bowie (Jones’ echte naam is Zowie Bowie). Maar dat juk gooide Jones overtuigend van zich af met zijn debuutfilm ‘Moon’ Hierin zette hij met beperkte middelen een prima paranoiaverhaal gesitueerd op de maan neer. Hollywood viel het ook op, en gaf hem een flinke zak geld voor de opvolger ‘Source code’. Hierin laat Jones wederom zien dat hij een uiterst kundig sf-regisseur is, die ook spanning en emotie in zijn films weet te injecteren. We vrezen alleen wel dat het Hollywoodgeld betekende dat hij ook gedwongen was er een Hollywoodeinde aan te breien.