TrosKompas

NOSTALGIE GT Rovers

Kardoen

De stengelgroente kardoen (Cynara cardunculus) is in ons land bij lang niet iedereen bekend. Best logisch, want kardoen is oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. De Grieken en Romeinen wisten vanaf de vierde eeuw voor Christus wel raad met de enorme distel en zijn prachtige paarse bloemen. De groente zorgde toen al voor een goede spijsvertering.

De plant is familie van de artisjok. Naast de bloemknop zijn het blad, de middennerf en de penwortel eetbaar. Echter, eeuwenlang vond men de bijna twee meter hoge plant (met aan de toppen van de bladeren soms wel anderhalve tot drie centimeter lange doornen) maar een woekerig geval. Voor de smaakpapillen was de plant ook best een uitdaging, want je proeft een mix van bleekselderij, artisjok, schorseneren en asperge, met een bittertje van witlof.

Zeer gezond
In Zuid-Europa is kardoen tegenwoordig nog steeds een echte wintergroente. In Italië eet men de stengels lekker rauw en in Frankrijk wordt de groente zelfs bij het kerstdiner geserveerd. In ons land is kardoen veelal verkrijgbaar op (biologische) groentemarkten of in Turkse en Marokkaanse winkels. Kardoen wordt overigens ook in het uiterste zuiden van Nederland gekweekt. De temperatuur is daar veel hoger en daar houdt de plant wel van.

Het duurt overigens zeker een maand of zes voordat het blad eetbaar is. In augustus begint men met het bleken van het blad door bijvoorbeeld jute om de jonge bladeren te binden. Hoe langer gebleekt, hoe zoeter en minder bitter de smaak. Het geoogste blad moet vochtig en donker worden weggelegd, want de bladeren kleuren door het buitenlicht snel bij, wat de smaak niet ten goede komt.

Deze zeer gezonde groente wordt ook om zijn olie gebruikt. En in Sardinië is men tegenwoordig druk bezig om plastic te maken uit plantaardige producten zoals kardoenzaad.

kardoenkopie