Ten eerste door een jong katje te nemen van een moederpoes die nooit jaagt. Dat scheelt al een heel stuk, ook omdat het de moederpoes is die haar jongen leert hoe te jagen. De kans is groot dat moeder ook die onverschilligheid voor de jacht aan haar jongen doorgeeft. Normaal blijven katten echter jagen, ook als ze genoeg te eten hebben. Wat helpt zijn genoeg namaakprooien om te voldoen aan het jachtinstinct. Pingpongballetjes, propjes papier, een met krantenpapier omregen leeg toiletrolletje met daarin een versnapering die rammelt, speelgoedbeestjes op een veer of ander (katten)speelgoed uit de winkel. Sommige katten leren snel apporteren. Dat is de namaakjacht waarbij de buit wordt meegenomen naar huis.








