Het begint in het voorjaar met het drukke gedoe en de ruzietjes die horen bij het versieren en het vinden van een nestplek. Dan volgt het maken van de nestjes en de af en aan vliegende ouders die druk zijn hun schreeuwende kroost te verzorgen. Later kan men de jongen nog een tijdje gadeslaan als die zich in korte vluchten van boom tot boom het vliegen eigen maken. Veel soorten vertrekken ‘s winters naar warmere oorden, maar lang niet alle vogels verlaten ons land. Vogels zijn warmbloedige dieren, wat wil zeggen dat zij hun lichaamstemperatuur onafhankelijk van de omgevingstemperatuur constant kunnen houden, net als mensen. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Ze zijn daarvoor ‘aangekleed’ met een warm verenpak. Dat verenpak kunnen ze nog warmer maken door te zorgen dat er tussen de veren een isolatielaag van lucht zit. Dat gebeurt door de veren uit te zetten. Als u ‘s winters een vogel bol ziet zitten op een tak, dan weet u dat hij zichzelf probeert warm te houden.
Vetbollen en pinda’s
Vogels hebben veel brandstof nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Vooral kleinere vogels verliezen sneller hun warmte en hebben daarom extra voeding nodig. Kleine vogels moeten ‘s winters elke dag twee keer zoveel eten als ze zelf wegen. Dat is vaak niet makkelijk als er een dik pak sneeuw ligt of als het erg vriest. Dan is het een prachtig gezicht om te kijken naar een winterse tuin vol vogels die zich te goed doen aan het extra eten dat u hen als bijvoeding hebt gegeven. Deze voederplek moet echter wel onbereikbaar zijn voor katten. Kat-onvriendelijke voederhuisjes of voeder-tafels kunt u kopen bij de Vogelbescherming Nederland, maar u kunt ze natuurlijk ook zelf timmeren. Verder kunt
u uw kat een belletje ombinden, zodat vogels hem horen aankomen. En wat geeft u de vogels? Vetbollen zijn ideaal. Vooral mezen, mussen en spreeuwen zijn daar dol op.
Ongebrande en ongezouten pinda’s
zijn ook favoriet. Er zijn speciaal samengestelde vogelvoeders, want vogels eten lang niet allemaal hetzelfde. Geef nooit eten of water met zout erin en zorg bij vorst dat het waterbakje afgeschermd is met bijvoorbeeld gaas, zodat de vogels niet kunnen gaan badderen.
Vetbollen en pinda’s
Vogels hebben veel brandstof nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Vooral kleinere vogels verliezen sneller hun warmte en hebben daarom extra voeding nodig. Kleine vogels moeten ‘s winters elke dag twee keer zoveel eten als ze zelf wegen. Dat is vaak niet makkelijk als er een dik pak sneeuw ligt of als het erg vriest. Dan is het een prachtig gezicht om te kijken naar een winterse tuin vol vogels die zich te goed doen aan het extra eten dat u hen als bijvoeding hebt gegeven. Deze voederplek moet echter wel onbereikbaar zijn voor katten. Kat-onvriendelijke voederhuisjes of voeder-tafels kunt u kopen bij de Vogelbescherming Nederland, maar u kunt ze natuurlijk ook zelf timmeren. Verder kunt
u uw kat een belletje ombinden, zodat vogels hem horen aankomen. En wat geeft u de vogels? Vetbollen zijn ideaal. Vooral mezen, mussen en spreeuwen zijn daar dol op.
Ongebrande en ongezouten pinda’s
zijn ook favoriet. Er zijn speciaal samengestelde vogelvoeders, want vogels eten lang niet allemaal hetzelfde. Geef nooit eten of water met zout erin en zorg bij vorst dat het waterbakje afgeschermd is met bijvoorbeeld gaas, zodat de vogels niet kunnen gaan badderen.









