
Schip Ahoy
Sail 2010 zit er weer op. Ik had het genoegen om op een van die prachtige grote schepen mee te varen en dat bracht herinneringen boven aan lang vervlogen tijden toen ik een vriend had die een goede zeiler was. Hij kon echt grote klippers manoeuvreren en dat vond ik als jongen die was opgegroeid met de ‘Onedin Line’ natuurlijk reuze stoer. Al snel kwam ik erachter dat meevaren op een zeilboot vooral meewerken is en ik was niet al te handig aangelegd, om het maar voorzichtig uit te drukken. Als mijn vriend de kapitein ‘Ree’ riep, een teken dat het zeil snel de andere kant op omgeslagen moest worden, dan verstond ik ‘Nee’ en gebeurde er dus niets, waardoor we bijna in het riet terechtkwamen. Absoluut dieptepunt in mijn zeemansbestaan was wel de keer dat ik het voorzeil van de boot, het fok, gehesen had en dat zeil ondersteboven hing. Mijn toenmalige geliefde was er niet ondersteboven van en na een stevig ‘f.k, f.k, f.k’ liep onze relatie op de klippen. Als u dit allemaal gelezen hebt, kunt u begripen dat ik blij ben dat Onno en ik tijdens deze Sail 2010 alleen maar te gast waren.
Leve de prinses
Partner zijn van een politicus heeft zo zijn voordelen. Onno komt in zijn functie heel wat mensen tegen die ik in entertainmentland niet snel zou ontmoeten. Zo mocht ik laatst een middag doorbrengen in het gezelschap van prinses Irene. Zoals bekend is deze prinses een voorvechtster van natuurbehoud. In die hoedanigheid was ze aanwezig bij een kinderspeurtocht door een prachtig natuurgebied, in het bijzijn van tientallen kinderen en uw columnist, die diep van binnen ook nog stiekem een kind is. Ik had de prinses nog nooit van nabij meegemaakt, maar was onder de indruk van haar enthousiasme en toegankelijkheid. Als een groene Prinses Irene Brigade trokken we de paden op en de lanen in, en ze had voor ieder kind een lief woord paraat. De prinses is door mijn Onno gevraagd als ambassadeur voor het Jaar van de Biodiversiteit, een moeilijk woord dat gewoon betekent dat we met elkaar zorgen dat de natuur niet nog verder uit balans raakt en we oog blijven houden voor ieder plantje of diertje, hoe klein ook. Met een voorvechtster als de prinses moet dat een succes worden, want wat is ze goed en leuk in het wild.
Lelijk ding!
Mijn ijdelheid heeft het even zwaar te verduren gehad. Op tv en in tijdschriften was ik te zien in een grote reclamecampagne voor een telecommerk en het uitgangspunt was dat je met een bepaalde techniek uitgesteld kunt kijken. Dus zit je op de bank te genieten van ‘RTL Boulevard’ en wil de hond uit, dan doe je iets wat Beau, Winston en anderen nooit gelukt is: je zet me stil. Om dat duidelijk te maken, ben ik in de pauze-stand gezet op het moment dat ik op mijn allerlelijkst kijk en zo ben ik wekenlang te zien als het lelijkste jongetje van de klas. De foto is niet echt gemaakt tijdens een uitzending, ik heb er speciaal voor geposeerd voor een fotograaf. Het is de vreemdste fotosessie uit mijn carrière geweest. In plaats van mooi wezen kreeg ik aanwijzingen als ‘meer oogwit’, ‘kijk scheel’ en ‘mondhoeken scheef’. Nog een geluk dat op dat moment de klok geen twaalf uur sloeg, anders was mijn gezicht zo blijven staan en had ik als de klokkenluider van de Notre Dame mijn werk moeten doen. De reacties zijn positief, maar als het telecombedrijf weer voor zo’n campagne ‘in gesprek’ wil dan zeg ik: “Mooi niet!”
Op cursus
Sinds kort zitten Onno en ik weer in de schoolbanken. We zijn de trotse eigenaren van twee lieve puppy’s, genaamd Rakker en Bikkel, en deze twee honden doen hun naam eer aan, want ze zijn stout en voor de duvel niet bang. Daarom zitten we, nu we de Rhodesian ridgebacks nog aankunnen, op puppycursus en staan we elke zaterdag met onze ‘puppyllen’ vreselijk ons best te doen op zit, lig, af en volg. Een heerlijke afleiding, want tussen baas en hond bestaat geen showbusiness of politiek, het gaat er alleen maar om dat er een bijzondere band wordt opgebouwd en dus delen we koekjes uit als beloning, gebruiken we tennisballen in oude sokken als lokmiddeltjes en zijn we als een kind zo blij als er tijdens de les geen ‘ongelukje’ gebeurt. En hoe gaan de lessen? Heel goed! We zijn wel een beetje bevooroordeeld, maar we vinden onze hondjes de allerbeste van de klas, hoewel de medecursisten er wat hun beestjes betreft net zo over denken. Na afloop liggen de twee hondjes uitgeteld in de mand en hun baasjes ook, eerlijk gezegd. We zijn blij als we weer politiek en entertainment kunnen doen. Lekker rustig!
Ridder
Vanaf deze week heeft TrosKompas een koninklijk goedgekeurde columnist. Toen op 30 april de lintjesregen over ons land neerdaalde, behaagde het Hare Majesteit de Koningin ook een koninklijk regendruppeltje mijn kant op te sturen en sinds die dag mag ik mij Ridder in de Orde van Oranje Nassau noemen. Ik was naar het gemeentehuis gegaan, omdat ik dacht dat Onno een lintje zou krijgen. Toen de Vughtse burgemeester Roderick van de Mortel een verkeerde geboortedatum bij hem uitsprak, dacht ik eerst aan een fout. De genoemde datum was mijn geboortedag en zo werd ík het Oranje haasje. Sinds die dag hangt er een fraaie oorkonde aan de muur en mag ik bij speciale gelegenheden een kleurrijk lintje dragen. Dat doet mij veel, want na achttien jaar een dagelijks tv-programma maken en mijn nek uitsteken, waarbij ik veel doe voor goede doelen, is dat toch mooi, zo’n koninklijk klopje op de schouder. En ik kan onze vorstin geruststellen: na deze onderscheiding ga ik niet op mijn lauweren rusten, maar blijf ik een lans breken voor mooie dingen en leuke mensen of mijn naam is geen Albert Verlintje, eh Verlinde!
Een sterrengroet van
Albert Verlinde








