Een vette prooi

Floris Wolfs stapte uit zijn auto en wreef zijn handen warm. Het had gesneeuwd in het Geuldal. Hij was alert op sporen, maar in de witte ochtend viel alleen een Porsche op, die net als zijn eigen Alfa niet verborgen ging onder een sneeuwlaag.
Wolfs kende Château St. Gerlach. Vanaf de achter hoge heggen verscholen parkeerplaats liep hij in stevige pas naar de plaats delict.
Naast een ingenieus kunstwerk lag een oudere man. Roerloos, ernaast een half opgerookte sigaar van een Cubaans merk.
“Hé, Wolfs, dit is meneer Lodewijk van Westende”, zei Eva.
“Verrek. Van Westende!”
“Ja, en?”
“Hij is de eigenaar van dit château en van nog drie
toplocaties in Maastricht.”
Eva snoof. “Wás. Rijk of niet, hij is morsdood.”
“Vannacht doodgevroren?”
Ze schudde haar hoofd. “Nog geen lijkstijfheid. Volgens het personeel ging hij na het ontbijt naar buiten om te roken.” Ze wees naar het hoofd van de man. “Eén fikse klap en fssht, weg.”
“Ik heb hier de meest onvergetelijke gebakken jakobsschelpen gegeten,” mijmerde Wolfs. “Gegaard met langoustine…”
“Hij overnachtte hier”, viel Eva hem in de rede.
“Met zijn drie kinderen, voor zijn 65e verjaardag.
Ze beweren dat ze vanmorgen niet samen hebben
ontbeten en nog niet buiten zijn geweest.”
“Niet samen ontbeten?”
“Er waren gisteravond tijdens het diner woorden gevallen,” zei Eva, “althans volgens het personeel.”
“Hmm.”
Verwende kakkers
Marie-Louise had niets gehoord of gezien, zei ze. Ze liet de parels van een ketting langs haar vingers glijden.
“U moet mijn oudste broer hebben. Lodewijk jr. houdt het meest van geld en macht en papá kon nogal zuinig zijn.”
“Koude tante”, zei Wolfs.
Zoon Stefan leek stoïcijns. Ook hij verwees naar zijn broer. “Lodewijks auto stond op de parkeerplaats”, zei hij. “Helemaal schoon, ondanks een dik pak sneeuw vannacht. Hij móét mijn vader buiten hebben getroffen.”
Lodewijk jr. bevond zich in de bar met een glas cognac.
“Zo vroeg al aan de alcohol”, constateerde Wolfs.
“Waarom niet? Ik vind het uiterst humoristisch: wat ik nu drink, verhoogt mijn eigen omzet.” Hij bekende dat hij die ochtend sigaren had gekocht.
Wolfs zag de autosleutels in Lodewijks handen. Van een Porsche. “Dus u was al wél buiten geweest. Waarom loog u?”
“Omdat ik er stiekem tussenuit ben geglipt. Pa mocht niet roken van de dokter en mijn broer en zus gedroegen zich als dictators als het om zijn gezondheid ging. De hypocrieten. Alsof ze niet als hyenas lonkten naar de vette prooi.”
Wolfs stond geïrriteerd op. Hij vertrouwde geen van de drie verwende kakkers. “Eert uw vader en uw moeder. Heeft u daar ooit van gehoord? U en uw broer en zus gaan nú mee voor verhoor. Toch, Eva?”
“Alle drie is niet nodig”, zei ze.
Eva ontmaskerde de dader.
Wie was het en hoe verraadde hij of zij zichzelf?
Stuur ons uw antwoord en win!
(De oplossing van Detective 5 wordt op 6 maart hier gepubliceerd.)
De oplossing van aflevering 5 ‘Een vette prooi’: Zoon Stefan. Hij beweerde dat hij niet buiten was geweest, maar vanuit het hotel kon hij zijn broer Lodewijks auto niet hebben gezien.









